Bien én Bueno kunnen allebei als ”goed” vertaald worden.
In het Spaans gebruike je BIEN samen met werkwoorden.
BUENO wordt gebruikt met zelfstandige naamwoorden (dingen) te beschrijven (ofwel, als bijvoeglijk naamwoord).
Als je BUENO vóór een mannelijk, enkevaoud zelfstandige naamwoord plaats (auto, telefono, amigo, enz), BUENO wordt dan BUEN
BUENO en BIEN zijn wel verwisselwaar voor bevestiging of acceptatie. Bijvoorbeeld
Je kan BIEN en BUENO ook gebruiken om een zin te beginnen.