Het Spaans uit Cuba en het Caribische gebied klinkt bijna als muziek. Mensen uit deze regio praten meestal best snel en  het is niet altijd makkelijk om ze te begrijpen. Toch is het zeker de moeite waard om deze mooie en muzikale vorm van het Spaans te leren.

Het Cubaanse Spaans behoort tot de groep van het Caraïbisch-Spaans.

Cuba, de Dominicaanse Republiek en Puerto Rico waren de eerste Amerikaanse gebieden waar de Spaanse kolonisten aankwamen tijdens de eerste expedities naar het continent. In deze eerste golven van de Spaanse kolonisatie kwam de meerderheid uit Andalusië en de Canarische eilanden, iets wat de affiniteit met het Spaans uit het Caribisch gebied met het zuiden van Spanje verklaart.

 

Net als in de rest van de Antillen (de regio waarin Cuba staat) , is de invloed van de taal van de inheemse inwoners nog steeds aanwezig in het Spaans van Cuba, zoals bijvoorbeeld het woord ‘Guajiro’ (bus). Maar ook woorden die veel gebruikt worden in het Spaans in het algemeen, zoals bijvoorbeeld:

Batata (zoete aardappel),

Canoa (kano)

Caribe (Caraïben)

Hamaca (hangmat)

Huracán (orkaan)

Maís (mais) 

 

Bovendien zijn er ook belangrijke Afrikaanse invloeden in de taal, wat is ontstaan door het grote aantal slaven dat door kolonisten in het midden van de negentiende eeuw naar Cuba werd gebracht. Afrikaanse slaven drukken dus ook hun stempel op het lokale taalgebruik. Denk aan worden zoals; Bachata, banana, chimpancé, conga, mucama (servies meid), safari, vudú en zombi.

Specifieke kenmerken:

  • Mensen gebruiken meestal ”” (jij), maar ze gebruiken ook ”Usted” (u), de laatste wordt vaak gebruikt om respect te tonen (naar mensen die ouder zijn dan jij, of iemand die je niet persoonlijk kent).
  • Men maakt overbodig gebruik van persoonlijk naamwoorden. (”¿Tú que haces?”)
  • Mensen spreken de /D/ niet uit als deze tussen twee klinkers staat (”salado=salao”)
  • Mensen spreken de /S/ niet  (of heel zacht uitgesproken) als deze na een klinker komt, of aan het einde van een woord staat (”hasta mañana=ata mañana”).
  • Mensen vervangen vaak /L/ voor /R/ en vice-versa. (”arte=alte, of alma=arma”).

Over het algemeen spreken mensen in deze regio best snel, dus wees niet bang om te vragen ”¿podría hablar un poco más lento por favor?”

Bekijk nog 2 leuke filmpjes over de Cubaanse Spaans: