Ondanks dat Spaans de meest gesproken taal is in Peru (83,9% van de bevolking), is er een grote groep die  Quechua spreekt (dit was de belangrijkste voertaal van het Inca-rijk). Het is eigenlijk pas in de loop van de eerste helft van de twintigste eeuw geweest dat Spaans langzamerhand de meest gesproken taal van het land werd. En zeker op het platteland werd voornamelijk Quechua gesproken, en vooral de komst van de massamedia heeft dit dus verschoven.

Het ”ribereño” of ”limeño” Spaans (dus uit de kust regio of uit Lima) wordt beschouwd als het ”standaard” Spaans.
In het algemeen spreken mensen in Peru minder snel en ook duidelijker dan in de meeste landen. Sommigen mensen beweren zelfs dat het Spaans uit Peru de ”zuiverste” vorm Spaans van het continent is. Dat maakt Peru overigens ook een prima land om Spaans te leren.

Er zijn veel woorden afkomstig uit het Quechua die we tegenwoordig in het Spaans gebruiken:

Papa: aardappel (patata in Spanje)
Llama: lama
Palta: avocado
Quinua: quinoa
Ojota: slipper
Poroto: boon (frijól in Mexico en andere landen)
Cancha: (voetbal)veld
Poncho: poncho
Cura: (katholieke) priester
Morocho: iemand met donkere haar
Carpa: tent (tienda de campaña in Spanje)

Bekijk dit filmpje met tv fragmenten uit Peru, en bepaal zelf of het inderdaad duidelijk is of niet: