Ser en Estar (Zijn)

Hoe werkt het?

Ser (”blijvend”)

Yo……………………..soy

…………………….eres

Él/ella/usted ….…..es

Nosotros/nosotras…….…..somos

Ellos/ellas/ustedes….son

Estar (”op dit moment”)

 Yo……………………Estoy

………………..….Estás

Él/ella/usted.……….Está

Nosotros/nosotras………..Estamos

Ellos/ellas/ustedes…..Están

In het kort:

1. Ser: Verwijzen naar de essentie of identiteit van mensen, dingen, situaties, etc. (soy Juan)

2. Estar:  Tijdelijke dingen (op dit moment). (Estoy enfadado)

3. Uitzondering:  Geografische locaties (Holanda ESTÁ en Europa).

Ser

Plaats van herkomst en nationaliteit (Soy holandés, eres de Argentina).

Materiaal waarvan iets is van gemaakt (El vaso ES de vidrio).

Essentiële kwaliteiten (fysieke kwaliteiten maar ook met betrekking tot persoonlijkheid). ”Soy alto, soy Rubio, eres inteligente, somos buenos”.

Beroep “Soy doctor, soy abogado, enzovoort”.

– Aansluiting bij een groep of denkbeeld. ”Soy liberal, soy de PSV, soy Judío”.

Bezit  ”El auto ES mío”.

– Persoonlijke relaties. ”ES mi pareja, ES mi marido”.

Kortom, we zijn (SOMOS) een resultaat van onze overtuigingen (religie, politiek), wat we hebben (bezit), wat we doen (roeping/beroep) en onze relaties!

Estar

1. Om geografische of fysieke locaties aan te geven.

¿Dónde estás (op dit moment)?

Waar ben je?

Estoy en la casa.

Ik ben in het huis.

Let op! Belangrijkste uitzondering 

¿Dónde está Brasil?

Waar is Brasil?

Brasil está en América del Sur.

Brasil is in Zuid-Amerika.


2) Estar wordt ook gebruikt met bijvoeglijke naamwoorden om een staat of toestand uit te drukken (“hoe” iets op dit moment is).

¿Cómo está la comida?

Hoe is het eten?

La comida está fría.

Het eten is koud.

¿Cómo estás tú?

Hoe gaat het met jou?

Estoy muy bien, gracias.

Het gaat goed, bedankt.


3) Ten Slotte, Estar wordt gebruikt met progressieve tijden:

Met -AR werkwoorden, vervangen we het einde van het werkwoord voor –ANDO (estoy Habl-ANDO)

Voor -ER/-IR werkwoorden vervangen we het einde -IENDO

¿Qué estás bebiendo?

Wat ben je aan het drinken?

Estoy bebiendo vino.

Ik ben wijn aan het drinken.

Veelvoorkomende bijvoeglijke naamwoorden om met SER en ESTAR te gebruiken

Divertido (leuk/fun)
Aburrido (saai)

Cansado (moe)
Descansado (uitgerust)

Relajado (ontspannen/relaxed)
Estresado (gespannen/gestressed)

Preocupado (bezorgd)
Tranquilo (gerust)

Bueno (goed)
Malo (slecht)

Bonito (mooi)
Feo (lelijk)

Alto (lang)
bajo (kort)

Rico (rijk)
Pobre (arm)

Gordo (dik)
Flaco (dun)

Grande (groot)
Pequeñ(klein)