Onregelmatige werkwoorden: TENER (Hebben)
"TENGO 2 tickets a Peru"

Hoe werkt het?

Tener: hebben/Tener que: ”moeten”

Yo: Tengo

Tú: Tienes

ÉL/ella/ud: Tiene

Nosotros/as: Tenemos

Vosotros/as: Tenéis (Spanje)

Ellos/as/uds: Tienen

Het werkwoord ”tener” heeft een combinatie van twee soorten onregelmatigheden .

1-Het werkwoord heeft een onregelmatig vervoeging bij de ik-vorm: “Yo TENGO”, en voor de rest blijft het regelmatige vervoegingen houden bij de andere persoonsvormen.

2- Een stamverandering vindt plaats tijdens het vervoegen: (E voor IE) (met uitzondering van nosotros / vosotros).

Tener is een zeer belangrijk en nuttig werkwoord, maar ook heel veelzijdig omdat het op veel verschillende manieren gebruikt kan worden.

Allereerst wordt tener gebruikt om bezit aan te geven.

“TENGO un perro”

“¿TIENES tiempo?”

Maar in combinatie met ‘que’, wordt tener gebruikt om een verplichting (Moeten) te uiten. Dit lijkt veel op het gebruik “to have to” in het Engels

“TENGO que trabajar”

“TENEMOS que pagar la cuenta”

Andere veel voorkomende toepassingen van tener zijn:

 

TENER Hambre/sed (honger/dorst hebben)
TENER xxx años (xx jaar oud zijn)
TENER miedo (bang zijn)
TENER Calor/frío (het warm/koud hebben)
TENER Cuidado (voorzichtig zijn)
TENER ganas de (zin in -iets- hebben)
TENER Prisa (haast hebben)
TENER Razón (gelijk hebben)
TENER sueño (slaperig zijn)