Ser or Estar… that´s the question

Ser en Estar (Zijn) Ser (”blijvend”) Yo……………………..soy Tú …………………….eres Él/ella/usted ….…..es Nosotro/as…….…..somos Vosotros/as…..……sois Ellos/as/ustedes….son Estar (”op dit moment”)  Yo……………………Estoy Tú………………..….Estás Él/ella/usted.……….Está Nosotros/as………..Estamos Vosotros/as………..Estáis Ellos/as/ustedes…..Están Drie belangrijke toepassingen die je moet weten om deze woorden goed te gebruiken: 1. Ser: wordt gebruikt om te verwijzen naar de essentie of identiteit van mensen, dingen, situaties, etc. (soy Gus) 2. Estar: wordt gebruikt voor tijdelijke dingen. […]